Akkerbouw
Algemeen
Dieren
Economie
Markten
Mechanisatie
Milieu
Politiek
Tuinbouw
Veehouderij
Voeding
Inloggen
 
 
 
Klik hier om u te registreren en te abonneren
(72,60 euro per jaar)
 
Wachtwoord vergeten
Volgend artikelVolgend Artikel

 12 mei 2021 18:24 

De toenemende druk op de Vlaamse melkveehouders


Vraag om uitleg over burn-outs en depressies in de melkveehouderij van Stijn De Roo aan minister Hilde Crevits

Vraag om uitleg over de toenemende druk op de Vlaamse melkveehouders van Joris Nachtergaele aan minister Hilde Crevits

De voorzitter

– Wegens de coronamaatregelen werden deze vragen om uitleg via videoconferentie behandeld.

De heer De Roo heeft het woord.

Stijn De Roo (CD&V)

In het recent jaarverslag van Boeren op een Kruispunt is naar voren gekomen dat melkveehouders oververtegenwoordigd zijn op het gebied van hulpaanvragen. De organisatie spreekt van een enorme prestatiedruk, stijgende kosten, dalende opbrengsten, strengere regelgeving en veranderende gezinspatronen in die sector. Dat gaat natuurlijk al verschillende jaren mee, maar nu wordt een steeds hoger aantal hulpaanvragen vastgesteld. Die hele situatie, die omstandigheden leiden in meerdere gevallen tot burn-out, depressie of een persoonlijke crash van de bedrijfsleider.

In 2020 kreeg Boeren op een Kruispunt iets meer hulpaanvragen te verwerken dan het jaar daarvoor. Het aantal meldingen steeg van 146 naar 161, maar het aandeel van de veehouderij steeg van 48 naar 65 procent. Binnen de veehouderij is de melkveehouderij al jaren oververtegenwoordigd: van alle hulpaanvragen die door veehouders werden ingediend, kwam er 45 procent van melkveehouders, terwijl varkenshouders met 25 procent, vleesveehouders met 23 procent en pluimveehouders met 7 procent de rest voor hun rekening namen.

Volgens vzw Boeren op een Kruispunt hebben vooral melkveehouders erg te lijden onder die veranderde maatschappelijke en economische omstandigheden. Zo zijn de inkomsten de laatste jaren nauwelijks gestegen, en stijgen de investeringskosten telkens verder, terwijl ook allerlei maatregelen rond stikstofemissie, milieu, mestafzet en dierenwelzijn verder toenemen.

Boeren op een Kruispunt wijst een stuk naar erfbetreders, bijvoorbeeld de banken, de boekhouder of stallenbouwers. De vzw wijst erop dat zij ook een morele verplichting hebben om boeren op hun limieten te wijzen, maar geeft ook aan dat er bij een familiebedrijf ook veel emoties betrokken zijn. Op papier kan een uitbreiding er gunstig uitzien en financieel haalbaar zijn, maar het management en de draagkracht en veerkracht van het bedrijf zijn ook heel belangrijk.

Minister, hebt u kennisgenomen van het jaarverslag van Boeren op een Kruispunt?

Hoe verklaart u dat melkveehouders al jaren oververtegenwoordigd zijn bij de hulpaanvragers?

Welke preventieve of begeleidingsmaatregelen kunnen genomen worden naar de melkveehouders om deze problemen te voorkomen?

Welke stappen plant u eventueel naar de erfbetreders?

De voorzitter

De heer Nachtergaele heeft het woord.

Joris Nachtergaele (N-VA)

Collega De Roo, ik ga niet alles herhalen wat u hebt verteld, dus ik ga er wat sneller door.

Door de coronacrisis kunnen we concluderen dat dit voor een stuk een voorspelbare stijging is. Volgens Els Verté, directrice van Boeren op een Kruispunt, zijn er meerdere oorzaken voor het aantal hulpaanvragen in de melkveesector. Economisch hadden de landbouwers het uiteraard heel moeilijk, met een lage melkprijs en hoge kosten door de toenemende schaalvergroting om het gezinsinkomen te garanderen. Verder zien we dat ook de psychosociale problematiek in de sector toeneemt. De hoge werkdruk, de zware administratieve lasten en een gebrek aan toekomstperspectief voor de sector eisen hierbij een zware tol.

Ook uit recente cijfers van het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) in de nota ‘Naar een geïntegreerde aanpak voor welbevinden in de Vlaamse land- en tuinbouw’ blijkt dat het heel slecht gesteld is met het welzijn van onze land- en tuinbouwers. Opvallend in dit onderzoek is vooral het hoge aantal stressfactoren bij de landbouwer waarop we als overheid een cruciale invloed hebben, zoals de administratieve druk door een overdaad aan regelgeving.

Sinds eind vorig jaar werkt de minister aan een gedeeltelijk antwoord op deze problematiek: een actieplan om te komen tot een geïntegreerde aanpak van het welbevinden van onze Vlaamse land- en tuinbouwers.

Ik heb daarom de volgende vragen, minister. Hoe evalueert u de oververtegenwoordiging van melkveehouders bij de hulpaanvragen van Boeren op een Kruispunt? Wat is uw toekomstvisie op de Vlaamse melkveesector? Zijn er volgens u beleidsinitiatieven nodig om meer steun en toekomstperspectief te bieden aan de Vlaamse melkveehouders?

Kunt u een laatste stand van zaken geven over uw actieplan voor het welbevinden in de Vlaamse land- en tuinbouw? Wanneer zullen de eerste resultaten worden bekendgemaakt? Welke timing wilt u hier aanhouden?

Ziet u hier mogelijkheden om de administratieve druk op onze landbouwers te laten afnemen? Staan hier concrete initiatieven rond gepland?

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Collega’s, ik heb net als jullie kennisgenomen van het jaarverslag van Boeren op een Kruispunt. Hieruit blijkt dat het aantal aanmeldingen vorig jaar een piek heeft gekend in het voorjaar en op het jaareinde. Ook toont het jaarverslag dat het aantal aanmeldingen in de veehouderij opvallend is gestegen. Dit komt overeen met de vaststellingen die het Departement Landbouw en Visserij heeft gedaan bij de opstelling van de conjunctuurindex en de specifieke bevraging naar welzijn in september vorig jaar.

Sinds de hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) in 2005, maar vooral door de afschaffing van het melkquotum in 2015 is de melkveesector meer onderhevig aan conjunctuurschommelingen door de fluctuerende melkprijzen die de wereldmarkt volgen.

De melkveesector bevond zich in 2009 en in de periode 2014-2016 twee keer in een heel diepe crisis. Deze periodes werden telkens voorafgegaan door een periode met goede melkprijzen, en dit zette veel melkveehouders aan tot uitbreiding van de productie en tot investeringen. Tijdens de crisisjaren daalde het aanbod van zuivelproducten echter nauwelijks.

De inspanningen op het vlak van milieu en klimaat voor de melkveesector zijn de laatste jaren heel sterk toegenomen. Op veel melkveebedrijven werd de laatste jaren geïnvesteerd in innovaties om meer duurzaam te kunnen produceren. Deze investeringen gaan gepaard met zeer hoge kosten, die pas na jaren zijn terugverdiend. Ook de directe kosten zoals voeder- en energiekosten zijn in de loop der jaren met ongeveer de helft toegenomen.

Ten slotte leidden de droogte en hitte van de laatste jaren tot lagere voorraden ruwvoeders van mindere kwaliteit en lagere productieresultaten bij melkvee als gevolg van hittestress. Veel veehouders waren genoodzaakt tot aankoop van meer krachtvoeder en/of bijproducten. Het plaatsen van ventilatoren en andere investeringen in de stal om hittestress bij melkvee te voorkomen, deden op veel melkveebedrijven hun intrede. Ook de coronapandemie had recentelijk een negatieve impact op de melkprijzen als gevolg van het sluiten van de horeca en de moeilijke handel op de exportmarkt.

De melkveesector heeft het afgelopen decennium dus een enorme evolutie gekend. Niet elke melkveehouder slaagt er echter in om zijn bedrijfsmanagement en -structuur aan te passen aan de steeds hogere productie-eisen en steeds schommelende marktomstandigheden.

Het ILVO-onderzoek naar welbevinden heeft een aantal belangrijke barrières geïdentificeerd die verklaren waarom boeren problemen uit de weg gaan of niet tijdig een beroep doen op externe hulp- en informatiekanalen. Ook bij de melkveehouders wordt vaak bij stress of problemen op het bedrijf doorgewerkt en te lang gewacht om hulp in te roepen. Het is daarom belangrijk in te zetten op preventie en het bespreekbaar maken van problemen.

Dit gebeurt momenteel al door de verschillende ledenorganisaties van de boeren en door Boeren op een Kruispunt, die geregeld getuigenissen delen van mensen die wel de stap hebben gezet om hulp te vragen. Hiervoor werd recent ook een specifieke gespreksgids ontwikkeld door het ILVO.

Daarnaast is het belangrijk dat ook het hulp- en informatieaanbod voor de boeren ruim wordt gedeeld, zodat de boeren gemakkelijk kunnen vinden waar ze terechtkunnen. Op de website van Boeren op een Kruispunt staat heel veel informatie en ook op de website van het Departement Landbouw en Visserij staat een overzicht. Ook in de nieuwsbrieven van het Departement Landbouw en Visserij, die naar alle landbouwers worden verstuurd, is dit thema al meerdere keren aan bod gekomen, met ook de verwijzing naar de bestaande hulpkanalen. In de toekomst zal hier prioritair blijvende aandacht aan worden besteed.

Tot slot heb ik de mogelijkheid geboden dat er in de naschoolse landbouwvorming meer kan worden ingezet op het versterken van deze capaciteiten van onze boeren. Zo kan in die vormingen en opleidingen meer aandacht worden besteed aan elementen die het welbevinden van de landbouwer kunnen versterken, zoals omgaan met stress, communicatie, afstemmen van het bedrijf op eigen sterktes en vaardigheden.

De economische weerbaarheid van onze land- en tuinbouwbedrijven verder verbeteren en de bedrijven meer toekomstbestending maken door een versnelde verduurzaming, is voor mij een ander belangrijk aandachtspunt. In de tweede pijler van het GLB zijn een aantal maatregelen opgenomen die boeren preventief kunnen ondersteunen. Dan denk ik aan vorming, zowel in groep als door individuele bedrijfsbegeleiding via Kratos, voor bedrijven die met de korte keten willen starten, die economisch bedrijfsadvies of advies gericht op de milieu-uitdagingen zoals de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) nodig hebben. Daarnaast is er ook investeringssteun, die ik voor jongeren met 10 procent heb opgetrokken.

Ten slotte zetten we ook in op innovatie en demonstratie waarin boeren en groepen van boeren worden ondersteund in hun project.

Ik kom tot uw vraag over de erfbetreders. Op basis van het ILVO-onderzoek komt naar voren dat de erfbetreders een heel belangrijke rol spelen in het herkennen van signalen en problemen bij onze boeren. Zij komen regelmatig bij de boeren over de vloer en kunnen ook problemen detecteren. De erfbetreders weten evenwel niet altijd hoe ze die signalen kunnen opvangen en waar ze met die signalen naartoe kunnen.

Ik wil de erfbetreders sensibiliseren om zowel aandacht te hebben voor de impact van hun advies op het welbevinden van de boeren als voor de kruispuntpositie die zij hebben om aandacht te hebben voor het welbevinden van de landbouwers.

In het actieplan welbevinden kunnen de erfbetreders een belangrijke rol spelen. Ik wil er in het actieplan dan ook naar zoeken hoe we hen kunnen sensibiliseren en inschakelen om veel meer attent te zijn voor het welbevinden.

Wat de melkveesector betreft, wil ik met het GLB een positief verhaal schrijven om de sector toekomstbestendig te maken. Binnen de Europese voorstellen voor het nieuwe GLB is er een gepaste investeringssteun mogelijk, maar ook een ondersteuning van samenwerkingsvormen, geschikte kennisverwerking en veel meer kennisdeling. Collega Nachtergaele, wij zijn ooit samen op een boerderij geweest, waar ik er ook een lans voor heb gebroken om als boeren veel meer samen te werken. Dat was trouwens een bedrijf met vleeskoeien en geen melkkoeien, als ik het mij goed herinner. Die boer verkocht het beste Oost-Vlaamse rundsvlees. Zelf heb ik het niet geproefd, maar het schijnt heel lekker te zijn.

Ik wil ook dat onze boeren voldoende kunnen worden vergoed voor de inspanningen die zij leveren voor ons landschap, milieu en klimaat, onder andere via een meer correcte financiële vergoeding voor de ecoregelingen of de agromilieumaatregelen. De veehouder, of de landbouwer in het algemeen, wil maar al te graag meehelpen aan oplossingen, maar daar moet dan wel een correcte vergoeding tegenover staan.

Ik heb al heel veel gezegd over het actieplan welbevinden bij het beantwoorden van de eerdere vragen. Het actieplan zal uitvoering geven aan de geïntegreerde aanpak die we centraal stellen om het welbevinden van onze boeren te verbeteren. We zetten hierbij in op het aanpakken van stressfactoren, het wegwerken van barrières om hulp te vragen en het versterken van de vaardigheden van onze boeren. De voorbije maanden hebben de verschillende betrokken organisaties stappen gezet richting het actieplan. Ten eerste, het departement en ILVO hebben via individuele gesprekken met organisaties uit de landbouw- en welzijnssector lopende initiatieven in kaart gebracht. Ten tweede, via de gespreksgidsen hebben ledenorganisaties actieve landbouwers bevraagd naar concrete acties die we kunnen doen. ILVO is nu bezig met het analyseren van de gesprekken en met het maken van een oplijsting.

De timing blijft, zoals gezegd, het najaar.

Het project rond vereenvoudiging van regelgeving werd opgenomen in het kader van de relance. Ook ons departement werkt daar heel intens aan mee. Jullie weten – en hebben ook zelf gezegd – dat de administratieve druk die de boeren voelen, niet alleen voortvloeit uit de regelgeving van het departement. Een boer heeft te maken met heel wat overheden en ketenpartners en die moeten elk hun verantwoordelijkheid nemen in het verlagen van de lasten.

Ik verwijs tot slot met heel veel trots naar de splinternieuwe cijferwebsite van het Departement Landbouw en Visserij, waar we eindelijk een schat aan informatie terugvinden die heel nuttig is, niet alleen voor de modale Vlaming, maar ook voor de boer en voor zijn businessmodel. Vandaag houden boeren al heel wat informatie bij over de eigen bedrijfsvoering. Maar via de nieuwe website, een soort van levende encyclopedie van alles wat er voor de boeren bestaat, geven we onze boeren ook heel eenvoudig toegang tot wat er in de rest van Vlaanderen gebeurt. Je vindt er algemene prijsevoluties, maar ook een inschatting van hoeveel collega’s in de regio eenzelfde productie hebben. Dat is voor mij materiaal van onschatbare waarde om naar de toekomst te kijken en in de toekomst goede keuzes te maken inzake het businessmodel.

De voorzitter

De heer De Roo heeft het woord.

Stijn De Roo (CD&V)

Bedankt, minister, voor uw uitgebreide en omstandige antwoord. Ik wil u bijtreden in de vaststelling dat er vaak te lang wordt gewacht om hulp te vragen. Ik hoor u spreken over de gespreksgids die is opgemaakt door ILVO. Ik weet dat Boeren op een Kruispunt ook heel wat initiatieven neemt om die hulpvraag sneller tot bij hen te laten komen. Ik weet dat er soms ook initiatieven zijn via de naschoolse landbouwvorming, maar ik denk dat daar toch nog een tand kan worden bijgestoken om een aantal van die ondernemers en land- en tuinbouwers die met een bepaald probleem zitten, te gaan bereiken, zodat ze nog veel sneller die hulpaanvragen gaan doen.

Ziet u daar nog extra kansen rond, om ervoor te zorgen dat die hulpvraag niet pas in het laatste stadium van burn-out of depressie tot bij Boeren op een Kruispunt komt? Een van de mogelijkheden die ik daar zelf zie, is nog meer via de naschoolse vorming. Maar mensen met wie het niet goed gaat, komen natuurlijk niet altijd naar die naschoolse vorming. Wie wordt opgeslorpt door tijd en arbeid, komt daar niet naartoe. Mogelijk kan daar via de naschoolse vorming van de fytolicentie nog iets meer op worden ingezet, omdat er daar toch een aantal verplichte momenten zijn. Daar kan in het laatste uur of het laatste deel van de vorming misschien nog iets meer aandacht voor zijn. Ik denk dat het departement ook een aantal van die vormingen geeft. Dat kan mogelijk ook interessant zijn.

Met betrekking tot de erfbetreders wil ik ook nog een suggestie doen. Je hebt natuurlijk heel wat commerciële erfbetreders, die vanuit een commercieel oogpunt de land- of tuinbouwer benaderen, maar je hebt ook een aantal controlerende instanties, die checklists afvinken. Er zijn er vandaag nog altijd een aantal – niet allemaal, verre van – die heel droog een lijst aflopen en een aantal opmerkingen noteren, en daarna weer weggaan, terwijl zij soms ook een signalerende rol kunnen spelen. Mogelijk zijn er nog extra mogelijkheden.

Ik ondersteun uw analyse van een correcte financiële vergoeding voor een aantal maatregelen die men neemt. De administratieve druk komt inderdaad niet alleen vanuit de overheid, maar met een aantal extra maatregelen wordt het soms toch wel heel moeilijk om het hoofd boven water te houden met alle administratie die er is.

Ik wil ook nog ondersteunen wat u op het einde zei. De cijferwebsite van het departement biedt inderdaad een schat aan informatie. Ik ben er zelf al eens doorgegaan. Dat is heel interessant. De inschatting van collega's uit de buurt is inderdaad interessant. Alleen is de investering die je doet, vaak voor twintig jaar, waardoor die inschatting ook niet op elk moment even accuraat kan gebeuren. Maar het geeft inderdaad toch wel een aantal grootteordes.

De voorzitter

De heer Nachtergaele heeft het woord.

Joris Nachtergaele (N-VA)

Minister, als we over onze Vlaamse melk spreken, spreken we over het witte goud. Het is dan jammer om te moeten vaststellen dat de producenten van dat witte goud het zo zwaar blijken te hebben.

Uw antwoord stemt mij tevreden. Het was inderdaad omstandig en u bent op alle aspecten ingegaan, waarvoor dank. Ik denk dat u de juiste beslissing genomen hebt om organisaties als Boeren op een Kruispunt te gaan versterken, maar ik denk dat we onze boeren niet alleen moeten ondersteunen als ze het moeilijk hebben, maar dat we vooral aan dat duurzame kader moeten werken. Dat is toch een shift in het denken over hoe we met landbouw omgaan en wat de toekomst van de melkveehouderij in Vlaanderen kan zijn.

U reikt een aantal zaken aan. Ik wil even ingaan op de administratieve vereenvoudiging. U haalt terecht aan dat dat bij verschillende overheden zit, maar ik merk dat u dan toch ook initiatieven wilt nemen. U verwijst naar het najaar, ook wat betreft het actieplan welbevinden. Ik denk dat dat heel belangrijk is. Ik vind de suggestie van collega De Roo – en u bevestigt dat – om de erfbetreders een rol te laten spelen, heel goed. Ik vind het goed dat dat meegenomen wordt in dat actieplan. Kan er, gezien de cijfers die we nu zien, in dat actieplan op een meer intense manier naar de melkveesector gekeken worden? Wie kunnen daar de concrete partners zijn? Worden die op dit moment al betrokken? Hoe kunt u dat in de toekomst verzekeren?

De voorzitter

Mevrouw Talpe heeft het woord.

Emmily Talpe (Open Vld)

Minister, ik wil ook even aansluiten. We hebben hier al meerdere malen over het goede werk van Boeren op een Kruispunt gesproken. Ik dank u ook voor uw uitvoerig antwoord. Het is duidelijk dat er heel wat in beweging is, op meerdere fronten: vormingen, rechtstreekse steun, sensibilisering, administratieve lastenverlaging. Het is duidelijk dat het welzijn van onze landbouwers de nodige en terechte aandacht krijgt, en dat we daar verder op moeten inzetten.

Ik heb nog twee kleine vragen. Boeren op een Kruispunt had het natuurlijk ook zelf niet gemakkelijk, want hoe bereik je boeren? Dat doe je door op het land, op het erf te gaan en met hen te spreken. En dan zien we in het jaarverslag dat het aantal vrijwilligers dat op bezoek kon gaan, gehalveerd is. Daartegenover staat dat het aantal bezoeken van psychologen bijna verdubbeld is – van adviseurs is dat met ongeveer een derde afgenomen. Ik weet niet wat de evolutie dit jaar zal zijn, met de versoepelingen, maar ik denk dat het goed is om met Boeren op een Kruispunt even in overleg te gaan, zodat dat toch zo snel mogelijk weer kan worden opgekrikt.

Collega Nachtergaele had het over de psychosociale druk. We weten dat er steeds meer vereisten en voorwaarden worden opgelegd aan onze landbouwers, zeker ook in de melkveehouderij, wat betreft milieu en klimaat en duurzaamheid. Boeren komen ook vaak onder vuur te liggen. Het klimaat is soms wat polariserend, als ik het zo mag zeggen. Dus ik denk dat we dat ook mee moeten geven: correcte informatie en sensibiliserende campagnes, zodat er begrip is voor wat onze landbouwers al allemaal aan inspanningen doen.

Ik kijk dan ook even in uw richting, minister: hoe kunnen instanties als het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM) of het departement hier mee aan de kar trekken?

De voorzitter

Mevrouw Rombouts heeft het woord.

Tinne Rombouts (CD&V)

Collega’s, ik sluit mij graag aan bij de vraag, aangezien we hier in het verleden ook een aantal keren op teruggekomen zijn. Ik wil deze vraagstelling en ook uw acties, minister, zeker ondersteunen. Het is heel duidelijk dat het welzijn van onze land- en tuinbouwers u ook nauw aan het hart ligt. Boeren op een Kruispunt speelt daar een heel belangrijke rol in. Maar met een heel pakket van extra maatregelen die u net hebt opgesomd, voorziet u ook heel wat positieve acties om de land- en tuinbouwers te versterken in hun persoonlijkheid, waarbij we aandacht hebben voor hun welzijn.

Ik kan de visie van de collega’s, dat erfbetreders daar ook een belangrijke rol in spelen, alleen maar bijtreden. Ik denk dat dat inderdaad belangrijke partners zijn in deze uitdaging. Minister, ik wil ook nog even stilstaan bij het punt dat u hebt aangestipt: de administratieve lasten en de lasten van de regelgeving. Uit verschillende onderzoeken en bevragingen is naar voren gekomen dat steeds wijzigende regelgeving en de wijze waarop verplichtingen of extra voorwaarden worden opgelegd, vaak ook een grote druk met zich meebrengen.

U haalt zeer terecht aan dat die zaken niet enkel voortvloeien uit het departement Landbouw. Ik denk dat we als collega’s in het parlement ook zeer goed beseffen dat zich dat ook op andere bevoegdheden afspeelt. Mijn vraag is dan ook in welke mate ook de andere administraties of ministers betrekken worden in dit verhaal. Zijn daar ook acties voorzien, zoals vorming of methodieken die aangereikt kunnen worden, waarbij men probeert om de administratieve regelgevende lasten toch zo laag mogelijk te houden? Zal daar ook een screening rond gebeuren, om te zien hoe we daar vanuit de politiek, vanuit de overheid, onze landbouwers in kunnen ondersteunen, en laagdrempeliger kunnen zijn?

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Collega’s, bedankt voor de aanvullende opmerkingen.

Collega De Roo, tijdige hulp was uw eerste knelpunt. Landbouwers ondersteunen om sneller hulp te durven vragen of te aanvaarden is een van de allerbelangrijkste zorgen. Dat wordt ook door Boeren op een Kruispunt zo meegenomen. De vorming is zeker van belang, maar ook de erfbetreders, die heel vaak de vaste contacten zijn, hebben hier een rol te spelen. Ik zie dat iedereen dat ook breed draagt. We zullen vanaf nu ook meer investeren in die erfbetreders, om hen ook sensitief te maken en ervan te overtuigen dat dat zeer, zeer belangrijk is: als je op een erf komt, moet je voelen dat er iets aan de hand is – je moet dat eerst leren te voelen – en dan moet je er ook iets mee doen.

Collega Nachtergaele en collega De Roo, dat hulpaanbod tot bij de boeren krijgen, is een erg belangrijk aandachtspunt. Het is ook een van de grote pijlers in ons actieplan. We moeten zowel de erfbetreders als de generieke hulporganisaties, zoals de klassieke OCMW’s of de centra algemeen welzijnswerk (CAW’s), meer bekendmaken met die specifieke problematiek van de boeren, zodat ze erop kunnen inspelen.

Het is allemaal even belangrijk. We hebben in een van de vorige commissievergaderingen ook al gezegd dat het klassieke zorgaanbod niet altijd geschikt is om een boer te helpen. Je moet ook de taal en de stiel van de boer bereiken. Dat is geen ‘nine-to-five job’, dat loopt 365 dagen per jaar. Daar komt zoveel bij kijken, want je werkt met grond, met levende materie. Dat is anders dan veel andere sectoren. Ook het taalgebruik moet gemeenschappelijker worden. Als je zomaar doorverwijst en de boer komt bij iemand terecht die totaal niet weet waarmee die persoon elke dag bezig is, hoe kun je er dan van uitgaan dat die boer vertrouwen heeft in dat wat hem aangereikt wordt als hulpinstrument, ook al is het misschien een goed isntrument? Je moet dezelfde taal spreken om vertrouwen te kunnen genereren. Zoals ik het nu bekijk, na anderhalf jaar ervaring, is dat waar het schoentje soms een beetje knelt.

Uiteraard hebben de andere overheden en de ketenpartners een rol te spelen. Ze moeten vooral zorgen dat de administratie nuttig is. Voor onze boeren is dat een prioriteit. Mijn adagium is: elk papier dat je aan de overheid moet bezorgen waardoor er niets verandert, is een nutteloos papier. Als je hele dagen zoveel te doen hebt, moet je bij het invullen van je administratieve plichtplegingen het gevoel hebben dat dit ook nuttig is en dat het voor jou ook nut heeft. Daar heeft de Vlaamse overheid nog wel wat te doen.

Trouwens, ik ben vijf jaar minister van Onderwijs geweest, en daar was met stip probleem nummer één de administratieve rompslomp voor onze leerkrachten. Ik stel vast dat dat voor onze boeren nu net hetzelfde is. Er zijn dus zaken die, los van de bevoegdheden, niet veranderen.

De melkveesector in Vlaanderen is sterk coöperatief georganiseerd. Ook de private afnemers hebben vaak goede contacten met de melkveehouders. Die erfbetreders moeten we dus zeker ook betrekken.

Boeren op een Kruispunt heeft vorig jaar meer dan 650 huisbezoeken gedaan. Meer dan 40 bezoeken gebeurden door professionele psychologen. De website is meer dan 147.000 keer bezocht. Dat toont aan dat de vraag naar hulp zeer groot is, maar ook dat Boeren op een Kruispunt een organisatie is die goed bekend is en gemakkelijk wordt gevonden.

Vorige week heb ik de stuurgroep samengebracht en op 3 juni heb ik een fysiek overleg met Boeren op een Kruispunt. Ze hebben een gesprek gevraagd om heel goed de vinger aan de pols te kunnen houden. Dat zal een belangrijk moment zijn.

Het bereik is goed. Er zijn vorig jaar ook heel wat telefonische contacten geweest, deels uit coronanoodzaak. Als het goed werkt, kan het wel een gemakkelijke instap zijn voor boeren.

Collega Rombouts, over de wijzigende regelgeving ga ik volledig akkoord. Naast administratieve rompslomp en toegang tot grond, is rechtszekerheid hét issue voor de boeren. Een regelgeving die om de haverklap verandert, is niet goed. Als je een grote investering hebt gedaan en plots komt je toekomst in gevaar: ik zou van minder wakker liggen. Op bepaalde momenten lig ik er zelfs van wakker. We moeten dus inzetten op het versterken van de weerbaarheid, van de communicatie, maar ook op de bedrijfsvoering en rentabiliteit. Dat is absoluut juist.

Het thema welbevinden is trouwens ook meegenomen in de oproep Europese Innovatiepartnerschappen (EIP’s) van dit voorjaar. Die oproep is ondertussen afgesloten en er zijn heel wat projecten ingediend. De selectie zal in de komende weken gebeuren, zodat we bottom-up heel concreet kunnen inzetten op goede projecten.

Tot slot is het belangrijk om de rol van de vrouw hierin te onderstrepen. Ik merk dat het Landelijk infopunt voor vrouwen (Liv) ook een heel belangrijke rol speelt. Ik heb hen gevraagd om een goede checklist te ontwikkelen zodat je sneller kunt nagaan waar de problemen zich situeren en hoe boeren zo snel mogelijk kunnen worden geholpen. Vorig jaar was ik op een namiddag samen met de vrouwelijke helft van boerenexploitanten. Het was schrijnend om te horen hoe onze boerinnen in maatschappelijk perceptief een stuk respect hebben verloren in de voorbije periode, hoe ze aan de schoolpoort soms worden uitgekafferd als er bepaalde vergunningen worden aangevraagd. Ze moeten daar keihard aan werken, ook aan imagebuilding. Op die manier moeten we ook hun zelfvertrouwen kunnen versterken.

In deze tijden is er ontzettend veel werk aan de winkel. Ik ben me daar heel goed van bewust en wil absoluut een steen in de rivier verleggen. Dat zal ik niet alleen kunnen doen, dat zal samen met de partners moeten gebeuren.

De voorzitter

Minister, dank u wel, ook voor dit engagement.

De heer De Roo heeft het woord.

Stijn De Roo (CD&V)

Minister, ik dank u voor uw aanvullende antwoorden. Ik pik erop in: boer zijn is een leuze, boer zijn is een levenswijze. Welzijn is daarbij van cruciaal belang. Ik merk dat dat breed wordt gedragen in deze commissie.

U hebt goed geschetst dat de melkveehouderij het afgelopen decennium door heel wat veranderingen is gegaan. We zijn nog niet aan het einde van de tunnel.

Ik besluit. Ik hoop dat u uw collega’s in de regering, maar ook in de verschillende departementen, mee kunt overtuigen. Ik hoop dat er snellere hulpaanvragen komen wanneer dat nodig is, dat erfbetreders mee in het bad worden genomen, dat de administratieve lasten worden verminderd en dat er ook kan worden gezorgd voor rechtszekerheid en een duidelijke regelgeving. Als we de sector dan met z’n allen nog wat beter leren kennen en ook de taal van de boer spreken, zetten we al grote stappen vooruit.

De voorzitter

De heer Nachtergaele heeft het woord.

Joris Nachtergaele (N-VA)

Minister, ik dank u voor uw aanvullend antwoord.

Ik sluit aan bij wat de collega’s Talpe en Rombouts zeggen met betrekking tot de administratieve vereenvoudiging. U haalt terecht aan, en de minister ook, dat het niet enkel gaat over verplichtingen die voortkomen uit het Departement Landbouw en Visserij. Het gaat ook over milieu en de problemen met de Mestbank. Ik zal daar nu over zwijgen, we kunnen daarover eens een apart debat voeren. We moeten die zaak net bekijken vanuit het standpunt van de landbouwer. Die heeft er lak aan onder wiens bevoegdheid welke verplichting valt. Het kan misschien een aanzet zijn om vanuit dat standpunt van de landbouwer bevoegdheidsoverschrijdend na te denken over een soort van actieplan om de administratieve lasten te vereenvoudigen. Het lijkt mij een constructief voorstel om er de komende maanden over na te denken hoe we boven de bevoegdheidsverdelingen kunnen kijken naar hoe we het leven van de landbouwer toch een stuk aangenamer zouden kunnen maken. Ik dank u.

De voorzitter

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.



  Nieuwsflash
 
Greenyard verkoopt Nederlandse champignonverwerker Lees meer
 
 
Nieuwe tool brengt groeitraject jongvee in kaart Lees meer
 
 
Advies van EC in zaak-Huts moet eerst worden vertaald Lees meer
 
 
Motie tot besluit ivm tijdelijke stikstofregelingLees meer
 
 
Klimaatadaptieve landbouwpraktijken om meststoffenverliezen in de bodem terug te dringenLees meer
 
 
Oproep Go4Food B: oproep voedselveranderaarLees meer
 
 
Biodiversiteitsverlies en klimaatverandering samen aanpakkenLees meer
 
 
Droogte/hitte 2020: erkenning voor het zomerrecesLees meer
 
 
Landbouwrampen 2017, 2018 en 2019 - Afhandeling schadedossiersLees meer
 
 
Actieplan herontwikkeling hoeves nodig Lees meer
 
 
Acht Vlaamse traditionele streekproducten erkend met het label STREEKPRODUCT.be Lees meer
 
 
Covid-19 duwt thuisverbruik van verse aardappelen met 8% omhoog Lees meer
 
 
Tekort aan bouwmaterialen Lees meer
 
 
Ontvangstvoorwaarden voor granen, oliehoudende- en eiwitrijke gewassen oogst 2021Lees meer
 
 
Belgische voedingsbedrijven zien kosten exploderen Lees meer