Akkerbouw
Algemeen
Dieren
Economie
Markten
Mechanisatie
Milieu
Politiek
Tuinbouw
Veehouderij
Voeding
Inloggen
 
 
 
Klik hier om u te registreren en te abonneren
(72,60 euro per jaar)
 
Wachtwoord vergeten

 16 mrt 2023 18:06 

Innovatiesteun aan bedrijven in 2022


Vraag om uitleg over de innovatiesteun aan bedrijven in 2022
van Maurits Vande Reyde aan minister Jo Brouns

De voorzitter

De heer Vande Reyde heeft het woord.

Maurits Vande Reyde (Open Vld)

Mijn vraag gaat over innovatiesteun. Dat is een beetje een klassieker. Ik kom jaarlijks terug op de bedragen innovatiesteun die door bedrijven zijn gevraagd. Meestal zeg ik dan dat dat positief nieuws is, dat de innovatiesteun nog nooit zo groot is geweest, dat het wordt verspreid onder heel veel bedrijven, dat vooral kleine bedrijven er gebruik van kunnen maken, et cetera.

Mijn boodschap vandaag is licht anders, want uit mijn schriftelijke vraag, de cijfers die ik opgevraagd heb, blijkt dat er een serieuze dip is gekomen in de innovatiesteun aan bedrijven over het jaar 2022. In totaal werd 233 miljoen euro aan innovatiesteun aan bedrijven toegekend. Dat is een heel sterke daling ten opzichte van het jaar daarvoor, een daling van ongeveer 22 procent, iets minder dan een vierde.

Dat is vooral te wijten aan twee belangrijke subsidies, met name die van onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten, min 39 procent, en het aantal ingediende aanvragen door projecten zelf, min 37 procent. Er zijn verschillende factoren die daarbij benoemd worden. Ongetwijfeld speelt de energie- en inflatiecrisis hier een rol, die bedrijven misschien noopt om te focussen op een aantal andere zaken. Bedrijven signaleren ook een tekort aan STEM-personeel (Science, Technology, Engineering and Mathematics), ingenieurs, onderzoekers – misschien omdat ze die Engelstalige opleiding niet kunnen volgen – om innovatieprojecten te kunnen uitvoeren.

Dat noopt ons toch tot bezorgdheid, want we hebben de voorbije jaren heel wat vooruitgang geboekt op het vlak van onze O&O-intensiteit (onderzoek en ontwikkeling). Maar nu zien we daar dus die dip. Mijn vraag is natuurlijk ook aan wat dat te wijten is, en of we ons daar zorgen over moeten maken. Of is het een tijdelijk fenomeen?

Vandaar mijn vragen. Hoe evalueert u de cijfers? Welke verklaringen ziet u voor de vastgestelde evoluties? Nu de finale cijfers beschikbaar zijn: in welke mate is er volgens u specifiek een impact als gevolg van de hervorming van de voorwaarden en criteria?  Welke signalen krijgt u, of het Agentschap Innoveren en Ondernemen (VLAIO), hieromtrent? Zijn er indicaties dat een bijsturing nodig is?

U herinnert zich nog wel, of dat was eerder onder uw voorganger, dat de criteria een beetje scherper zijn gesteld, dat er moest worden gewerkt rond een aantal thema’s, klimaat en dergelijke, en dat dat voor sommige bedrijven misschien de indruk gaf dat het allemaal te moeilijk werd om die O&O-steun aan te vragen. Is dat misschien een van de redenen daar?

Mijn derde vraag: innovatiesteun is uiteraard maar één parameter. Hebt u indicaties omtrent de innovatie-activiteiten van de ondernemingen? Kennen die in het algemeen een dip in 2022, bijvoorbeeld via de deelname van bedrijven aan de clusters of andere projecten? Ten slotte: in het uitvoeringsrapport van de begroting is er sprake van een onderbenutting op de VLAIO-begroting van 250 miljoen euro. Dat is niet min. Uiteraard wil onderbenutting niet zeggen dat we het allemaal uit de ramen en vensters moeten gooien. Maar u zei ook in een antwoord op mijn vraag dat een deel daarvan doorgeschoven zal worden naar 2023. Dan vroeg ik mij af: gaat het over projecten die al ingediend zijn? Of is dat eerder onderbenutting waarvan u zegt dat men nog zal zien hoe men dat in 2023 kan besteden, als dat al mogelijk is?

De voorzitter

Minister Brouns heeft het woord.

Minister Jo Brouns

Dank u wel, collega Vande Reyde. Ik stel met u vast dat er inderdaad een terugval was van de instroom aan aangevraagde en toegekende innovatiesteun via onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten, zeker wanneer we vergelijken met de coronajaren 2020 en 2021. Wanneer we echter vergelijken met de pre-coronajaren – bijvoorbeeld 2018 – dan valt de terugval nog redelijk mee, en zitten we dus ongeveer op een gelijk niveau.

Een deel van de verklaring voor die terugval zit dus in de referentiejaren, in de plotse stijging tijdens de coronajaren, zodat we kunnen spreken van een terugval op een min of meer normale situatie in 2022.

Het is vooral het eerste coronajaar dat uitzonderlijk was, reeds midden 2021 zagen we een terugval van de instroom. Ik zie hiervoor dus twee mogelijke verklaringen die beiden te maken hebben met de beschikbaarheid van O&O-capaciteit bij de bedrijven.

Door het groot aantal gesteunde projecten in 2020 was wellicht de volledige personeels- en labocapaciteit bezig met onderzoeksprojecten enerzijds, en anderzijds hadden de bedrijven ook capaciteit nodig om hun productieachterstand weer in te halen eens corona afliep vanaf midden 2021. Ik kan me ook inbeelden dat bedrijven in de nasleep van corona – en dus ook geconfronteerd met de daaropvolgende Oekraïnecrisis en de daarmee samenhangende kostenstijgingen – ook wat voorzichter zijn geweest qua investeringen, dus helaas ook in O&O.

Bij het Agentschap Innoveren en Ondernemen geeft men aan dat de instroom nu terug aan een inhaalbeweging bezig is, en voor dit jaar, 2023, streven we ernaar om bij de begrotingsopmaak de voorziene middelen, 217 miljoen euro, voor O&O-bedrijfsprojecten vast te leggen. Projecten gestart in 2020 en 2021 beginnen nu af te lopen, zodat er opnieuw onderzoekscapaciteit vrijkomt voor nieuwe projecten.

Zonder de vaststellingen rond de steun voor specifieke projecten van bedrijven te willen minimaliseren, wil ik er dus wel op wijzen dat de totale innovatiesteun van VLAIO was toegenomen van bijna 298 miljoen euro in 2021 tot meer dan 388 miljoen euro in 2022. Dit heeft echter in hoofdzaak te maken met de aanzienlijke vastleggingen die er gedaan zijn in het kader van Europese IPCEI- programma’s (Important Project of Common European Interest), in het bijzonder rond waterstof.

Uw tweede vraag over de impact van de voorwaarden en criteria is moeilijker te beantwoorden, omdat als de impact er al zou zijn, die wellicht ondergesneeuwd is onder de impact van de coronacrisis. Volgens VLAIO zijn er op dit ogenblik geen indicaties van een significante impact, noch dat er directe bijsturingen nodig zouden zijn. Het VLAIO-management heeft het ook grondig doorgesproken in een werkgroep met O&O-actieve bedrijven. Gegeven de verwachte instroom en de daaruit voortkomende beslissingen is er overigens geen budgettaire ruimte om voorwaarden structureel te versoepelen, als dit – ook gelet op de beleidsprioriteiten – al wenselijk zou zijn.

Op uw derde vraag over een eventuele terugval van de innovatieactiviteiten bij onze bedrijven kan ik antwoorden dat we ook bij de speerpuntclusters en andere programma’s minder projecten zagen. Dit kan verklaard worden door wat ik eerder zei: voor betrouwbare uitspraken over de O&O-activiteiten van bedrijven in het algemeen moeten we wachten op de resultaten van de jaarlijkse enquêtes van het Expertisecentrum O&O Monitoring (ECOOM). Tegen de zomer van dit jaar bekomen we cijfers voor 2021, dus voor 2022 pas na de zomer van 2024.

Wat betreft het rapport: ten eerste wil ik ook aangeven dat het Uitvoeringsrapport hier slechts een fragmentaire analyse geeft. De 250,3 miljoen euro onderbenutting betreft dus enkel de ESR-code (Europees Systeem van Nationale en Regionale Rekeningen) 32.00, terwijl op bepaalde andere ESR-codes een overbenutting te zien is. Volgens het rapport heeft de kmo-portefeuille bijvoorbeeld een onderbenutting van 40 miljoen euro, dat is op ESR-code 32.00, maar is er tegelijkertijd een gelijkaardige overbenutting op een andere code: 31.3.

Dat neemt niet weg dat er onderbenutting is, deels door vertraging bij goedkeuring op de O&O-projecten die daardoor pas dit jaar zullen starten, en voorts is de onderbenutting vooral te wijten aan het beschikbaar zijn van extra veerkrachtmiddelen die een groot deel hebben ingeteerd op de reguliere budgetten. Zoals u weet moesten de veerkrachtmiddelen tegen het einde van 2022 vastgelegd zijn en heeft VLAIO prioriteit gegeven aan de correcte besteding van die middelen.

Dat heeft niet alleen een impact op de benutting van de reguliere middelen, zoals gezegd, maar ook op de verwerkingscapaciteit bij VLAIO. Die verwerkingscapaciteit staat nu trouwens nog steeds onder druk. Door de grote hoeveelheid dossiers die in 2020 en 2021 gesteund worden, moeten er dus ook meer inspanningen geleverd worden om deze projecten goed op te volgen.

De conclusie is dan ook volgens mij de volgende: dus 2020 en 2021, dat waren uitzonderlijke jaren, en ook nu is de economische situatie nog niet genormaliseerd. We zullen dus de nasleep daarvan nog wel even voelen, maar er zijn voorzichtige positieve signalen dat we qua innovatie-inspanningen en bestedingen opnieuw de goede kant op gaan.

De voorzitter

De heer Vande Reyde heeft het woord.

Maurits Vande Reyde (Open Vld)

Minister, u hebt me enigszins gerustgesteld, maar tegelijkertijd toch ook nog een beetje bezorgd gemaakt. Ik zal dat uitleggen.

Het laatste wat u zei, was heel interessant. U zei dat de projecten voor Vlaamse Veerkracht, waarvan we weten dat een heel groot deel van die middelen in het laatste jaar, eind vorig jaar zijn vastgelegd, hebben ingeteerd op de capaciteit van VLAIO om reguliere O&O-projecten te verwerken. Ik heb daar minister Diependaele ook over ondervraagd in de commissie, dinsdag geloof ik. Hij zei over de manier waarop Vlaamse Veerkracht uiteindelijk is verlopen dat men achteraf bekeken een en ander misschien beter had kunnen doen qua planning, qua vastlegging et cetera, dat het niet evident is geweest voor de administratie om daarmee om te gaan. Ik parafraseer een beetje. We hebben een aantal maanden geleden ook VLAIO gehoord in de commissie over EWI-projecten (Economie, Wetenschap en Innovatie). Zij zeiden dat een deel van de toestanden die er toen waren, te wijten waren aan de grote hoeveelheden projecten van Vlaamse Veerkracht die moesten worden verwerkt. Als we nu ook horen dat die projecten eigenlijk een ‘fast pass’ moesten krijgen en dat daardoor de reguliere O&O-projecten een beetje in de verdrukking raken, wat dan mee, zij het niet uitsluitend, heeft geleid tot een dip, dan heb ik daar wel vragen bij. Ik denk dat dat niet de bedoeling was. De bedoeling van Vlaamse Veerkracht was economisch verder stimuleren, niet ervoor zorgen dat het ene een dip geeft voor het andere. Zonder daar al te dramatisch over te doen, denk ik dat we daar in de toekomst toch goed mee moeten oppassen als we grote projecten of programma’s hebben, en grote aankondigingen, grote affiches op alle Vlaamse gebouwen, wat heel mooi is. Dat mag niet ten koste gaan van de reguliere programma’s die we hebben lopen en die minder sexy zijn.

Een andere belangrijke bezorgdheid van mij... (Opmerkingen van Thijs Verbeurgt)

Ik zal het heel snel doen. Collega Verbeurgt is de waakhond onder de parlementsleden. Hij berispt ons als wij verkeerd stemmen, maar ook als wij onze tijd overschrijden.

Er zijn een aantal doelstellingen vooropgesteld. Er zijn een aantal speerpunten om meer focus te krijgen, bijvoorbeeld op basis van duurzaamheid, klimaat, digitalisering en zo. Ik heb het in het verleden ook al gezegd: inzake innovatiesteun moet je op voorhand niet te veel voorwaarden vastleggen. Je moet dat openlaten en beoordelen op projecten. Ik hoor inderdaad van bedrijven dat die beperkende voorwaarden – het moet over duurzaamheid gaan, het moet over digitalisering gaan – een rem zetten op wat bedrijven kunnen indienen. Ze moeten nu ook een heel klimaatplan opmaken en dergelijke. Dat heeft natuurlijk een nut, maar dat zorgt er wel voor dat bedrijven soms die kelk aan zich laten voorbijgaan omdat de administratieve lasten te hoog zijn. Pas dus op met het te veel koppelen van innovatiesteun aan te veel voorafgaande voorwaarden.

De voorzitter

Ik heb net even gedubbelcheckt. Ook de vraagsteller heeft inderdaad maar twee minuten. Mijn mildheid van daarnet is dus meteen ook verdampt.

Collega Verbeurgt, u gaat het goede voorbeeld geven. Ik heb gezien dat u de timer al naast u hebt liggen.

De heer Verbeurgt heeft het woord.

Thijs Verbeurgt (Vooruit)

Er werd daarjuist al verwezen naar de hoorzitting die wij hebben gehad met EWI. Naar aanleiding van die hoorzitting mocht ik van de secretaris-generaal een geprinte versie van de Vlaamse Brede Heroverweging ontvangen, om mij wat beter in te lezen, aldus zijn begeleidend schrijven. Ik heb dat ook gedaan. Met betrekking tot innovatiesteun wordt in de Vlaams Brede Heroverweging verwezen naar de bevindingen uit een begeleidende studie. Die stelt dat er qua Vlaamse onderzoekssubsidies eigenlijk geen enkel effect is als ze gaan naar bedrijven die al voor meer dan 600.000 euro fiscale steun krijgen van de federale overheid. Dat leidt in het kader van de Vlaams Brede Heroverweging tot de bedenking dat we misschien moeten kijken naar een heroverweging van de innovatiesteun, dus naar kmo’s en niet naar grote bedrijven die reeds aanzienlijke fiscale steun krijgen van de Federale Regering. Minister, vandaar mijn vraag: is dat een piste waaraan u eventueel aan het werken bent? Overweegt u het heroriënteren van die innovatiesteun, in het licht van de bevindingen van de Vlaamse Brede Heroverweging?

De voorzitter

Minister Brouns heeft het woord.

Minister Jo Brouns

Ik kan kort zijn. Collega Vande Reyde, heel veel van wat u hebt gezegd, van de bezorgdheden die u hebt geuit, want zo noteer ik ze eerder, kan ik in grote mate delen. Wat de evaluatie of de heroverweging betreft, denk ik dat het een voortdurende zorg is om de innovatiesteun die wordt gegeven en de investeringssteun tout court zeer kritisch tegen het licht te houden en de grootst mogelijke hefboomwaarde te geven wat mij betreft. Maar de studies die we nu hebben, tonen ook wel aan dat de steun efficiënt en gericht is door te werken met subsidies en projectvoorstellen. Dat is veel gerichter en efficiënter dan het zuiver werken met algemene fiscale vrijstellingen. Ik denk dat we die twee wel naast elkaar moeten durven leggen om te kijken wat het meest efficiënt is.

We hebben heel sterke, grote onderzoekinstellingen waar ongelooflijk veel goed werk gebeurt. Maar er blijven heel grote uitdagingen liggen bij de valorisatie, vooral naar het kmo-weefsel. Dat is effectief waar. Dat is iets dat wat mij betreft in een evaluatie kan worden meegenomen.

De voorzitter

De heer Vande Reyde heeft het woord.

Maurits Vande Reyde (Open Vld)

Het punt van de heer Verbeurgt is correct. Wat ik daar vooral in hoor, is dat men de steunmaatregelen die er op verschillende niveaus zijn, goed op elkaar moet afstemmen. De fiscale vrijstellingen zijn nog altijd vele malen groter dan onze innovatiesteun. In het verleden is het er een aantal keer over gegaan dat het ene misschien het andere niet tegengaat maar het ook niet efficiënter maakt. Maar goed, dat is voer voor staatshervormingsdebatten en dergelijke. Bedankt alvast voor uw antwoord, minister.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

 


  Nieuwsflash
 
Ramp 'Overstromingen 5-22/11/2023': indienen dossier tot 31/7Lees meer
 
 
Aardappelziekte bijzonder agressiefLees meer
 
 
Droogte - Schadedossiers (update april 2024)Lees meer
 
 
Natuurherstelwet goedgekeurd: wat nu Vlaamse Regering? Lees meer
 
 
Wallonië krijgt wasberen niet wegLees meer
 
 
Radio Inagro: “Water wordt even kostbaar of kostbaarder dan meststoffen” Lees meer
 
 
Maatregelen tegen watervervuiling veroorzaakt door bentazon Lees meer
 
 
ETCH-pleidooi voor ondergronds hoogspanningsnetwerk op gelijkstroom - Impact op Ventilus Lees meer
 
 
Conditionaliteit 2023-2027 GLBLees meer
 
 
Demo onkruidbestrijding in ruggenteelten Lees meer
 
 
Agrifirm: the power of regenerative agricultureLees meer