Akkerbouw
Algemeen
Dieren
Economie
Markten
Mechanisatie
Milieu
Politiek
Tuinbouw
Veehouderij
Voeding
Inloggen
 
 
 
Klik hier om u te registreren en te abonneren
(72,60 euro per jaar)
 
Wachtwoord vergeten
Volgend artikelVolgend Artikel

 20 jan 2022 18:10 

Doorstroom vanuit het landbouwonderwijs naar de landbouwsector


Vraag om uitleg over de doorstroom vanuit het landbouwonderwijs naar de landbouwsector van Emmily Talpe aan minister Hilde Crevits

De voorzitter

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

Mevrouw Talpe heeft het woord.

Emmily Talpe (Open Vld)

Ook een belangrijke vraag, deze keer over de krappe arbeidsmarkt. Ook in de landbouw ondervindt men moeilijkheden om nieuwe werkkrachten te vinden. Bij de huidige landbouwers heeft bovendien slechts 15 procent een vermoedelijke opvolger. Daarom moeten we ervoor zorgen dat jongeren warm gemaakt worden voor een beroep binnen de landbouwsector en daardoor een studierichting kiezen binnen het studiegebied land- en tuinbouw.

We zien wel dat het aantal leerlingen die in het middelbaar kiezen voor een richting binnen dat studiegebied stabiel blijft over de jaren. Dat is al positief. De interesse is er dus wel.

De uitdaging is dat deze leerlingen ook effectief aan de slag gaan binnen de landbouwsector. Daarom heb ik ook een schriftelijke vraag gesteld aan uw collega bevoegd voor het onderwijs. Helaas bleef ik op mijn honger zitten bij kennisname van het antwoord, omdat ik eigenlijk niet op al mijn vragen een antwoord kreeg. Tot mijn verwondering is er blijkbaar niets geweten over hoeveel schoolverlaters uit het studiegebied land- en tuinbouw effectief binnen de landbouwsector aan de slag gaan, hoelang een gemiddelde loopbaan in de landbouwsector duurt bij personen die onmiddellijk vanuit het onderwijs naar de sector doorstromen en of er een grote uitval is binnen de richting. We kunnen dus eigenlijk enkel voortgaan op wat leerkrachten en scholen die deze studierichtingen aanbieden, ons vertellen. Sommige leerkrachten geven aan dat de doorstroom niet groot is, terwijl anderen het tegendeel beweren. Het maakt me wat ongemakkelijk dat we geen concrete cijfers hebben.

Vanuit de richting landbouw zou de doorstroom groter zijn bij leerlingen die uit een landbouwgezin komen, maar dit is enkel een aanvoelen. Zoiets blijft vooral steken in giswerk, en ik mis daar toch een beetje een ernstige wetenschappelijke onderbouw en data. Meten is weten, dat weten we allemaal. Zeker in een krappe arbeidsmarkt moeten we daar zicht op krijgen, als we onze jonge landbouwers willen ondersteunen.

Minister, is er een goeie doorstroom vanuit het onderwijs naar de landbouwsector? Op basis van welke data kunt u zich hierover een mening vormen?

Hoe komt het dat er zo weinig geweten is over de doorstroom naar de landbouwsector, terwijl die ook al aankijkt tegen een instroomprobleem?

Bent u bereid om in samenspraak met de minister bevoegd voor het onderwijs en eventueel VDAB werk te maken van een structurele monitoring van het aantal schoolverlaters uit het studiegebied land- en tuinbouw dat effectief doorstroomt naar de landbouwsector? Zal hierbij ook de opdeling worden gemaakt per studierichting en tussen tso en bso?

Zal er ook longitudinaal onderzoek gebeuren naar instromers vanuit het landbouwonderwijs naar de sector, met bijzondere aandacht voor uitval?

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Bedankt, collega Talpe, voor de zeer interessante vraag.

Ook ik zal u een beetje moeten teleurstellen, want ik beschik niet over globale cijfers betreffende de doorstroom vanuit het landbouwonderwijs naar de landbouwsector. Deze doorstroming kan trouwens ook richting de bredere agrovoedingsketen zijn, waar de technische kennis erg gegeerd is. Anderzijds zijn er ook instromers in de landbouwsector die niet het klassieke landbouwonderwijs gevolgd hebben. Er is met andere woorden geen een-op-eenrelatie tussen het aantal studenten in het landbouwonderwijs en het aantal starters in de sector.

Wat ik u wel kan meegeven, is het feit dat de voorbije vijf jaar gemiddeld 78 procent van de overnemers een landbouwdiploma had. Uit een steekproef van het Landbouwmonitoringsnetwerk blijkt dat in de periode 2004-2018 ongeveer 80 procent van de natuurlijke bedrijfshoofden een diploma secundair onderwijs als hoogst behaalde diploma had. Deze groep bestaat uit ongeveer 62 procent boeren met een landbouwopleiding en 38 procent met een niet-landbouwgerelateerde opleiding. Deze percentages schommelen, maar wijzigen niet drastisch doorheen de periode.

Naast de basisopleiding hecht ik groot belang aan levenslang leren. De best mogelijke opleiding voor een landbouwer is echter moeilijk te bepalen, zoals u ook wel weet. Afhankelijk van de bedrijfsgrootte, het personeel of de taakverdeling binnen het gezin neemt de landbouwer verschillende taken op zich. Meer dan in andere sectoren hebben boeren ook nood aan permanente bijscholing, vooral door wijzigende regels.

Hoe komt het dat er zo weinig geweten is? Het probleem van instroom heeft met veel meer te maken dan enkel de opleiding. Toegang tot grond, grote financiële investeringen, complexe beleids- en marktomstandigheden en het onzekere inkomen vormen de voornaamste drempels. Ook de arbeidsomstandigheden en de hoeveelheid administratie zijn redenen voor de beperkte instroom van nieuwe landbouwers. Bedrijfsleiders moeten steeds grotere eenheden beheren en zijn hierbij steeds meer afhankelijk van onzekere markten en kapitaalmarkten om hun bedrijf te financieren. Het is dus toch wel complexer dan u het stelt.

Aangezien de problemen betreffende instroom en de actuele uitdagingen zich op een ander niveau situeren en de cijfers hierboven aangeven dat het overgrote deel van de landbouwers op basis van diploma’s voldoende vakbekwaam is, acht ik een structurele monitoring van het aantal schoolverlaters met een diploma landbouwonderwijs en opdeling volgens niveau alsook longitudinaal onderzoek, gelet op de diversiteit van de instroom, niet nodig.

De voorzitter

Mevrouw Talpe heeft het woord.

Emmily Talpe (Open Vld)

Dank u wel, minister.

Er is inderdaad geen een-op-eenrelatie, er spelen verschillende factoren, maar ik vond het toch wel frappant dat die cijfers niet voorhanden zijn. Ook al moeten we ze koppelen aan andere aspecten of randvoorwaarden, ik vind het toch wel een gemiste kans, omdat we die tendensen in onderwijs toch ook op andere vlakken opvolgen. Denk maar aan duaal leren; ook daar wordt gemonitord. Ik kan dus alleen maar zeggen dat het mij toch wel verbaast.

Ik wil even een sprongetje maken. De hamvraag hier is hoe we jonge landbouwers warm kunnen maken voor de sector. Dan kom ik terug op het vrouwelijke ondernemerschap, iets wat ik hier ook regelmatig aanhaal. We moeten ook jonge meisjes aanmoedigen om te kiezen voor een job in de landbouwsector. Dan is het belangrijk dat hun statuut ook op punt staat. We zien dat er op dat vlak nog altijd problemen zijn of te weinig stimulans of dat ze in situaties terechtkomen waardoor ze volledig ontmoedigd worden om ermee verder te gaan.

Ik blijf dus hameren op een sterkere opvolging van het landbouwonderwijs. We kunnen die data echt wel gebruiken. En ook meisjes warm maken voor deze sector en het vrouwelijk ondernemerschap stimuleren zijn belangrijk voor de sector.

De voorzitter

Mevrouw Grosemans heeft het woord.

Karolien Grosemans (N-VA)

Ik wil kort even ingaan op de frustratie van mevrouw Talpe en ik begrijp die ook. Ik ben ook iemand die veel cijfermateriaal opvraagt.

Ik wil gewoon meegeven dat er al enorm veel wordt gemeten binnen onderwijs. Minister Crevits zal dat zeker beamen. Ik weet dat meten weten is, maar het komt ook allemaal weer neer op die leerkracht. Ik denk dat het kabinet Onderwijs daar toch een evenwicht tracht te behouden en onze leerkrachten niet tracht te overbevragen, want ze zijn al enorm bevraagd en er is de administratieve planlast. Het is niet dat ik het onbelangrijk vind, maar ik wil toch even schetsen waarom dat eventueel zo is.

De belangrijke vraag die we moeten stellen, is hoe we meer mensen gekwalificeerd kunnen laten doorstromen naar de landbouwsector. In dat kader heeft de huidige minister van Onderwijs, maar ook zijn voorgangster, belangrijke zaken doorgevoerd. Ten eerste biedt ons Vlaamse onderwijs heel veel basisopties die aansluiten bij land- en tuinbouw. Denk maar aan de STEM-technieken (Science, Technology, Engineering and Mathematics). Ook via die richtingen kun je doorstromen naar de landbouwsector. Ook het hoger onderwijs biedt heel wat landbouwopleidingen aan. Verder kennen we natuurlijk de modernisering van het secundair onderwijs en u hebt ervoor gezorgd dat er een koppeling is tussen beroepskwalificaties en bepaalde studierichtingen. Die beroepskwalificaties worden ook opgesteld door vertegenwoordigers van de arbeidsmarkt. Zo is er een betere link tussen wat de arbeidsmarkt verwacht en wat ons onderwijs aanbiedt. Ook het duaal leren is enorm belangrijk. Daar is al naar verwezen. De Vlaamse Regering zet er sterk op in en ook de landbouwsector was daar vragende partij voor.

Ik heb geen verdere vragen, maar ik denk dat we op die stappen moeten verdergaan. Ik denk dat we eerder stappen vooruit zullen zetten dan stappen achteruit, omdat we weten dat dit heel erg belangrijk is.

De voorzitter

De heer Steenwegen heeft het woord.

Chris Steenwegen (Groen)

Ik vind het een heel interessante vraag. Het positieve dat we waarnemen, is dat er heel veel interesse is in landbouwopleidingen. Ik kijk dan bijvoorbeeld ook naar biolandbouw. Landwijzer is al twintig jaar de plaats waar mensen een opleiding kunnen krijgen om professioneel in de biolandbouw te stappen of om om te schakelen naar biolandbouw. De vaststelling is inderdaad dat er heel veel obstakels zijn voor mensen die die opleiding volgen om uiteindelijk het beroep dat ze wensen uit te oefenen, te kunnen uitoefenen. Het positieve is dat er al jarenlang enorm veel interesse is van jonge mensen die echt goesting hebben om in die sector te stappen, meer specifiek in dit geval om aan biolandbouw te doen. We weten dat er Europees een sterke stimulans komt om het bioareaal te doen stijgen, maar aan de andere kant is er de vaststelling dat heel veel van die jonge mensen niet de kansen krijgen.

Minister, u hebt terecht een aantal obstakels opgenoemd, maar in dit geval is het voornaamste obstakel toegang tot grond. Dat is toch wat te betreuren. Welke tools hebt u of welke mogelijkheden ziet u om de interesse die er is, de inspanning die mensen doen om een opleiding te volgen en het aanbod dat wij vanuit Vlaanderen aanbieden om dat soort opleidingen te volgen, in dit specifieke geval voor biolandbouw, meer te matchen met de mogelijkheden voor jonge mensen om echt in dat beroep te kunnen stappen? Welke tools hebt u? Welke incentives kunt u daar geven?

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Ik vrees dat we daar weinig extra tools hebben.

Mevrouw Talpe, u had het over het vrouwelijk ondernemerschap. Specifiek landbouwonderwijs is niet de enige weg richting starten in land- en tuinbouw. Mensen met een opleiding kunnen ook rond de sector aan de slag gaan.

De beste stimulans, mijnheer Steenwegen, om mensen aan te zetten, is bijvoorbeeld ons beleid inzake het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB), waarbij we superhard inzetten op jonge starters. Kijk maar naar onze subsidiepercentages. We doen dat zowel voor bio- als voor klassieke landbouw, voor de twee.

Ik heb u antwoorden gegeven over de dataverzameling. Ik volg mevrouw Grosemans dat er ongelooflijk veel gemonitord wordt. Nog meer data daarrond verzamelen, lijkt mij in deze omstandigheden niet opportuun.

De voorzitter

Mevrouw Talpe heeft het woord.

Emmily Talpe (Open Vld)

Ik denk dat vraag en antwoord duidelijk waren. We kunnen het debat hier helemaal opentrekken over hoe we jonge landbouwers kunnen aantrekken, maar dat is voer voor een ander debat.

De voorzitter

Dat zal ongetwijfeld nog aan bod komen bij volgende gelegenheden.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

 


  Nieuwsflash
 
Circulaire economie: asbest sectorprotocol landbouw Lees meer
 
 
EuroChem in Antwerpse haven hervatLees meer
 
 
Nederlandse Kamer wil uitstel onder water zetten Hedwigepolder vanwege PFASLees meer
 
 
Lachaert wil stikstofakkoord bijsturenLees meer
 
 
Geloven jongeren in een toekomst voor West-Vlaamse landbouw? Lees meer
 
 
L&V ontsluit landbouwgebruikspercelen via DjustConnect Lees meer
 
 
Vraag nu je staalnames voor bijbemesting in aardappelen aan Lees meer
 
 
CD&V en Open VLD verhogen druk rond stikstofakkoordLees meer
 
 
Droogte 2022: waterkoorts ten topLees meer
 
 
Droogte 2022: wateropslag tijdens natte periodes van essentieel belang Lees meer
 
 
2021, een jaar met impact Lees meer
 
 
Noordzee-coalitie slaat handen in mekaar voor verviervoudiging windenergie op zee Lees meer
 
 
Korte ketenLees meer
 
 
Intendant Ventilusproject wil bovengrondse leiding Lees meer
 
 
Beter gewapend tegen waterschaarste en droogte Lees meer
 
 
Update droogte 2022 Lees meer
 
 
Droogte 2022: oppompverbod voor verschillende West-Vlaamse waterlopenLees meer
 
 
Landbouwers en uitbaters kijken hun volmachten voor het Mestbankloket best nog deze maand na Lees meer
 
 
Openbaar onderzoek van de Vlaamse PAS en het bijhorende plan-MER gestartLees meer